Plaats
Leeuwen-Druten
Opdrachtgever
Stichting bouwen aan de dijk
Ontwerp
1997
Terrein oppervlak
ca. 1.200 ha
Parallel aan de dijk is door het onderscheid in bodemgesteldheid een voor de regio typerend occupatiepatroon ontstaan. Voordat er dijken waren werden de hoger gelegen oeverwallen langs de randen van de rivier al als landbouwgrond en woongebied in gebruik genomen. Meer landinwaarts bevinden zich de kleiachtige komgronden die van oudsher als grasland gebruikt werden. Nog steeds vormt de, op de rand van de oeverwal gelegen, hoofdontsluitingsweg de voornaamste grens tussen bebouwd en niet bebouwd.
Het gebied tussen de dijk en de hoofdontsluitingsweg is een duidelijk begrensde en een aan de dijk gerelateerde zone met in potentie een rijk geschakeerd cultuurlandschap dat naar ons idee alleen versterkt dient te worden. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat het ‘wonen aan de dijk’ niet beperkt wordt tot de individuele dijkwoning, maar wordt gedefinieerd als het ‘wonen in een nederzetting aan de dijk’. In de zone parallel aan de dijk wisselen bebouwde en open groene gebieden elkaar af om te voorkomen dat dorpen langzaam aan elkaar groeien.
Door het vervolmaken van bestaande lintbebouwing loodrecht op de dijk en het inbreiden van een nieuwe lintstructuur vanuit bestaande dorpswegen ontstaat een verdichting van de bestaande verkaveling. In deze verkaveling zijn een drietal basiswoningtypen te onderscheiden: de ‘Lintbebouwing’, gelegen direct aan de lintstructuur, het ‘Dijkhuis’, gelegen aan het uiteinde van de lintstructuur aan het dijklichaam zelf en de ’Erfwoning’, gelegen in de informele groene gebieden tussen de lintstructuren.