Stijnie Lohof beschrijft daarin dat met het in zwang komen van geprivatiseerde collectieve buitenruimte opnieuw een balans gevonden moet worden tussen publiek en privé. Zij stelt dat niet alleen het publieke belang, zoals de openbare toegankelijkheid, maar juist ook de belangen van individuele bewoners daarbij opnieuw afgewogen dienen te worden.
In haar essay beschrijft zij als kernprobleem dat de markt én de overheid in de ontwikkelingsfase de financiële, ruimtelijke, sociale en juridische basis leggen voor de uiteindelijke vorm van de privaat beheerde collectieve buitenruimte, terwijl de wensen van de aspirant bewoners zelf daarin niet betrokken worden.
Zij pleit ervoor dat bewoners daadwerkelijk zeggenschap krijgen over het inrichten en beheren van hun woonomgeving. De verantwoordelijkheden moeten dan wel zorgvuldig van overheid aan private partijen worden overgedragen. Het ruimtelijke ontwerp en de juridische beheersvorm creëren daarbij de voorwaarden voor een eigen invulling van het beheer.
Met een bijdrage van Kersten Nabielek (RPB), Willem Buunk (Nirov), Christine de Ruijter (AWG) en David Hamers (RPB).
